7 tips voor als je net begint met portretfotografie

beginner portretfotografie

Misschien leek het je eerst niets, portretfotografie, maar ineens heb je toch de smaak te pakken. Zo ging het bij mij althans. Ik wilde lang niets van portretten weten, want ik vond het maar knap lastig. De mensen die je fotografeert kijken je verwachtingsvol aan. Ze willen dat jij de leiding neemt als fotograaf. Maar jij weet even niet goed waar te beginnen.

Het kan behoorlijk overweldigend zijn: mensen aansturen, het licht controleren, je camera instellingen goed zetten.

Het resultaat is als beginnend fotograaf vaak wisselvallig.

Er zit wel eens een toevalstreffer bij, zoals ik bij de fotoshoot van Sara ervaarde. Vaak genoeg keek ik echter met teleurstelling terug. Waarom zien mijn portretten er niet zo uit als ik in mijn hoofd had voorgesteld?

De clue zit in het opbouwen van alle verschillende aspecten van een portret maken. Het zijn bouwstenen, die je afzonderlijk goed moet voorbereiden, zodat je ‘bouwwerk’ stevig in elkaar zit. Uiteraard is er ook een sprankje magie nodig, dit kan je niet altijd afdwingen. Het is en blijft een momentopname.

Deze tips helpen je als startende fotograaf om betere portretten te maken:

  1. Keep it simple. Maak het jezelf niet overbodig lastig. We willen vaak teveel tegelijk. Om veel verschillende facetten samen te brengen is een hoop ervaring nodig. Ga dus niet direct aan de slag met een familieportret met vier jonge kinderen. Ga niet in de weer met ingewikkelde styling wat continue afzakt of verschuift. Maak een paar heldere keuzes en voer die goed uit. Beter simpel en geslaagd dan ingewikkeld en mislukt.
  2. Stel je camera vooraf in. Voordat je aan de slag gaat met je model, zorg ervoor dat je instellingen goed staan. Door te werken met continue licht voorkom je dat elke keer opnieuw met je belichtingsdriehoek in de knoop licht.
  3. Werk met zacht, diffuus continue licht. Werken met haarlichtjes, tegenlicht en speciale effecten kan altijd nog. Zorg er eerst maar voor dat je mooi zacht licht kunt creëren of vinden. Fotografeer je buiten tijdens een zonnige dag, dan is de schaduw een geschikte plek. Werk je liever binnen, plaats je model dan bij een raam waar niet direct zonlicht naar binnen valt. Je kunt ook het licht diffuser maken door vitrage voor het raam te hangen.
  4. Neem een rustige achtergrond. Een portret draait om de geportretteerde (ook wel model genoemd, ook als het geen professioneel model is). Zorg er daarom voor dat er niets afleidt van je model. Hij of zij mag alle aandacht krijgen. Een rustige achtergrond helpt hierbij. Geen bomen of lantaarnpalen die uit iemands hoofd groeien. Geen druk decor met allerlei goedbedoelde ‘props’. Een effen kleur muur is al een goede start, maar dan geen bakstenen muur. Dat leidt weer teveel af. Een papieren achtergrondrol kost maar een paar tientjes en heb je lang plezier van. Midden grijs is een goede start.
  5. Natuurlijke poses. Maak ook je poses niet te ingewikkeld. Je model neemt van nature vaak al een goede houding aan. Hoe natuurlijker hoe beter. Gekunstelde poses geloven we als kijker niet. Door het lichaam te roteren krijg je nieuwe lijnen en spannendere composities.
  6. Blijf rustig. Makkelijker gezegd dan gedaan, ik weet het. Maar als jij je hoofd verliest door stress, raak je ook het contact met je model kwijt. Adem rustig in en uit. Voel de grond onder je voeten. Jij bent zelf het belangrijkste instrument als het gaat om een portret maken. Jouw energie is sturend.
  7. Enjoy! Vergeet niet van het proces te genieten. Sla jezelf niet voor je kop als iets niet lukt. Het is een leerproces en ik zal je vertellen dat dit nooit ophoudt. Je portretwerk is nooit af. Er is altijd ruimte voor verdieping, verbreding en verbetering. Vergelijk jezelf daarom niet met anderen, maar met jezelf drie maanden geleden. Dan zie je dat je groeit.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *